PTSS klachten die je niet meteen herkent
Ervaringsdeskundige op het gebied van angst, paniek, burn-out, PTSS en depressie, holistisch coach in Velp.

PTSS klachten die je niet meteen herkent, zijn vaker de regel dan de uitzondering. De vier kernsymptomen zijn herbeleving, vermijding, aanhoudend negatieve gedachten of gevoelens, en hyperarousal (voortdurend op scherp staan). De meeste mensen herkennen zichzelf daar niet meteen in, want die klachten voelen niet als een stoornis. Ze voelen als een kort lontje, een wereld die steeds kleiner wordt, of een lijf dat om geen duidelijke reden pijn doet.
De vier kernsymptomen
Herbeleving. Flashbacks, nachtmerries, gedachten die zich opdringen op momenten dat je ze niet kunt gebruiken. Ze komen en gaan zo snel dat je ze afdoet als “gewoon een nare droom” in plaats van een klacht die iets vertelt. Vaak is er een concrete trigger, een geur, een geluid, een datum op de kalender, maar die trigger valt lang niet altijd op als oorzaak.
Vermijding. Niet meer naar die ene plek gaan. Dat gesprek uit de weg gaan. Het nieuws niet meer volgen, of juist een drukke verjaardag afzeggen zonder precies te weten waarom. Steeds net iets minder doen dan je eigenlijk zou willen. Het gebeurt zo geleidelijk dat je het zelf niet ziet gebeuren, tot je wereld een stuk kleiner is dan een paar jaar geleden.
Negatieve gedachten en gevoelens. Minder voelen, minder uit je doen zijn, en dat aanzien voor volwassenheid of rust in plaats van het tegenovergestelde. Ook: aanhoudend negatief denken over jezelf of de wereld, schuldgevoel dat nergens meer bij past, of het gevoel dat je nooit meer helemaal veilig zult voelen, ook niet in situaties die dat overduidelijk wel zijn.
Hyperarousal. Een deur die dichtslaat, een stem die net iets te hard klinkt, en je lichaam schiet in de hoogste versnelling voordat je hoofd doorheeft wat er gebeurt. Prikkelbaarheid die je toeschrijft aan karakter: “ik ben gewoon iemand met een kort lontje” is makkelijker te geloven dan de vraag waar dat lontje vandaan komt. Ook slecht inslapen of vaak wakker schrikken hoort hierbij. Meer over deze vier categorieën staat bij Traumanet.
Klachten die minder voor de hand liggen
Dissociatie: het gevoel dat je niet meer in je eigen lichaam zit, maar jezelf van een afstand bekijkt, alsof je in een droom zit. Sommige mensen ervaren dit maar even, anderen raken er middenin een gewoon gesprek even helemaal uit.
Lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak: hoofdpijn, gespannen schouders, een maag die vaker van streek is, of terugkerende spier- en gewrichtspijn. Niks wat een dokter concreet kan vinden, maar het is er wel, iedere dag een beetje, omdat een lijf dat op scherp staat nooit echt tot rust komt. Dat is ook precies waarom lichaamsgerichte vormen van begeleiding, naast praten, vaak net dat beetje extra doen.
Ook concentratieproblemen en een kort geheugen horen hierbij: dingen vergeten die je eerder moeiteloos onthield, of moeite om bij een gesprek te blijven, zonder dat er iets mis is met je geheugen op zich. Ook dat wordt vaak toegeschreven aan drukte, leeftijd, of “gewoon een slechte dag”, in plaats van gezien te worden als klacht.
Wie loopt meer risico op PTSS
Niet iedereen die iets schokkends meemaakt, ontwikkelt PTSS. De kans is groter naarmate een gebeurtenis heftiger of langduriger was, als er weinig steun was in de periode erna, of als er al eerder in het leven sprake was van trauma. Ook hoe je direct na de gebeurtenis wordt opgevangen, of juist niet, maakt verschil. Dat betekent niet dat het je eigen schuld is als je risicofactoren herkent en er toch klachten kwamen, of als je geen van deze factoren herkent en er wel klachten zijn. Zie ook PsyQ voor meer over hoe trauma en PTSS zich tot elkaar verhouden.
Beschermende factoren werken de andere kant op: mensen om je heen die er voor je zijn, een gevoel van veiligheid direct na de gebeurtenis, en op tijd hulp zoeken in plaats van jarenlang doorlopen. Dat laatste is precies waarom de klachten die je niet meteen herkent het meest bepalend zijn: hoe eerder je ze een naam geeft, hoe minder kans dat ze zich vastzetten.
Waarom je dit zelf vaak niet herkent
De klachten hoeven niet meteen na een schokkende gebeurtenis te ontstaan. Het kan maanden of jaren duren voordat ze zich laten zien, soms getriggerd door iets wat op het eerste gezicht niets met de oorspronkelijke gebeurtenis te maken lijkt te hebben, zie ook Thuisarts. En omdat de klachten geleidelijk opstapelen, went een lijf en een hoofd eraan. Je normaliseert wat niet normaal is, gewoon omdat het je nieuwe normaal is geworden. Vrienden of familie zien het soms eerder dan jijzelf, want van buitenaf valt een patroon op dat jij allang niet meer als patroon ziet.
Ik wist jarenlang niet dat ik PTSS had. Ik had er geen woorden voor. Ik voelde de klachten wel, steeds heftiger zelfs, maar ik kon niet benoemen wat er in me omging. Vermijden werd mijn specialiteit, zo vanzelfsprekend dat anderen er niets van merkten. De wereld werd kleiner, stukje bij beetje, tot het punt waarop ik bang was voor de angst zelf.
Pas toen er eindelijk een naam kwam voor alles wat ik al die jaren had gevoeld, gaf dat moment iets terug wat ik lang kwijt was: het besef dat ik niet gek was. Dat er een reden was voor wat ik voelde. Het benoemen alleen loste niets op, jaren van negeren en over grenzen gaan hadden hun tol geëist, maar het was wel het eerste scharnierpunt. Meer over die periode staat op de pagina over mij.
Wat je kunt doen, zonder te wachten op een diagnose
Bijna de helft van de mensen op een GGZ-wachtlijst wacht langer dan de wettelijke norm van 14 weken, meer dan 100.000 mensen. Ik geloof niet dat je moet wachten op een diagnose om weer te mogen voelen. Je lichaam wacht niet op een label.
Reiki, ademwerk, ijsbaden, de juiste vorm van coaching en de connectie met elkaar zijn geen alternatief voor zware zorg als die nodig is, maar ze zijn wel iets wat je vandaag al kunt doen, in plaats van maanden stilzitten in een wachtkamer.
Herken je een deel van wat hierboven staat? Dan hoef je jezelf niet eerst een diagnose te geven voordat je hulp mag zoeken. Bij een persoonlijk begeleidingstraject kijken we samen wat er speelt, zonder verwijsbrief, met een wachttijd van 3 tot 6 weken. We beginnen met een uitgebreide, vrijblijvende intake van ongeveer 60 minuten, en stellen op basis daarvan samen een plan op. Iedere sessie volgt wat er in jou leeft: soms een gesprek, soms Reiki, ademwerk of een wandeling, wat past bij waar je op dat moment staat.
In dat eerste gesprek is er ruimte om te vertellen wat er speelt, ook als je het zelf nog niet precies kunt benoemen. Je hoeft niet aan te tonen dat het “erg genoeg” is om hulp te vragen. Neem contact op om dat eerste gesprek in te plannen.
Wanneer dit niet voor jou is: als je acuut in crisis bent of denkt aan zelfbeschadiging, is dit artikel niet waar je moet zijn, en is een persoonlijk begeleidingstraject ook niet de juiste eerste stap. Neem in dat geval contact op met je huisarts, de huisartsenpost, of bel 113 (Zelfmoordpreventie).
